U bevindt zich hier: Spraakkunst Werkwoorden Sterke Werkwoorden  
 WERKWOORDEN
Zwakke werkwoorden
Sterke Werkwoorden
Werkwoordaccent
Valentie
 SPRAAKKUNST
Werkwoorden
Substantief
Adjectief
Voornaamwoorden
Voorzetsels
Bijwoorden
Voegwoorden

HÄNGEN
 

In de omgangstaal wordt "hängen" zowel zwak als sterk vervoegd. In de standaardtaal gebruikt men de zwakke vervoeging voor de transitieve betekenis van het werkwoord (iets ergens hangen) en de sterke vervoeging voor de intransitieve (opgehangen zijn). Het oude werkwoord "hangen" wordt buiten Zwitserland en Zuid-Duitsland niet meer gebruikt.

Voorbeelden van sterke vervoeging:

"Das Bild hing an der Wand"
"Er hat von mir finanziell abgehangen"

Voorbeelden van zwakke vervoeging:

"Sie hängte das Bild an die Wand."
"Die Kinder hatten den Weihnachtsbaum behängt"



Aantonende wijs

sterke vervoeging:

Onvoltooid
tegenwoordig
Onvoltooid
verleden
ich hänge hing
du hängst hingst
er - sie - es hängt hing
     
wir hängen hingen
ihr hängt hingt
sie hängen hingen



Aanvoegende wijs

sterke vervoeging:

Konjunktiv I Konjunktiv II
ich hänge hinge
du hängest hingest
er - sie - es hänge hinge
     
wir hängen hingen
ihr hänget hinget
sie hängen hingen

Voor bijzonderheden in het gebruik van de aanvoegende wijs, zie:

-> vervangende Konjuktiv: "Ich würde hängen"




Gebiedende wijs

Häng
Hängt
Hängen Sie


Voltooid deelwoord

gehangen

 

Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).