U bevindt zich hier: Taalgebruik Band Ond.-Werkw.  
 TAALGEBRUIK
 
Valentie werkwoord
 
     = passende naamvallen
       zinsdelen + voorzetsels
       bij een werkwoordkeuze
 
Valentie substantief
 
     = passende voorzetsels
 
Valentie adjectief
 
     = passende voorzetsels
 
Adjectiefkeuze
 
     voor substantieven
 
Band Ond.-Werkw.
 
     = passend werkwoord
       voor een onderwerp
 
Band Lijd.Vw.-Werkw.
 
     = passend werkwoord
       bij een lijdend nderwerp
 
Uitdrukkingswijzen

KEUZE WERKWOORDEN VOOR EEN ONDERWERP IN EEN ZIN

Navigatie onderwerpen

A   B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M 
                         
N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z 



Onderwerp F

 

Vaak is het voor een anderstalige moeilijk om het juiste werkwoord te vinden voor de uit te voeren handeling door het onderwerp van de zin. Zo bijvoorbeeld: "Der Affe sucht akribisch Läuse bei seiner Mutter". Het is beter te zeggen: "Der Affe laust seine Mutter akribisch". Onderstaande lijsten kunnen mogelijk een hulpje zijn om de juiste werkwoorden te vinden...

Hulp bij vervoeging:
Sterke werkwoorden en speciale werkwoorden zijn in de rechtse kolom hieronder gelinkt aan hun vervoeging.

 

 

Voorbeeld: "Die olympische Fackel hat monatelang gebrannt."

Substantief als onderwerp passende werkwoorden
Fackel (die) brennen
lodern
flackern
ausgehen
verlöschen
Faden (der) reißen
sich verwickeln
sich verknoten
zusammenlaufen
Fahne (die) wehen
flattern
knattern
sich bauschen
Fähre (die) anlegen
ablegen
fahren
Falle (die) zuschlagen
zuschnappen
Faser (die) brechen
sich dehnen
verspinnen
Fass (das) voll sein
überlaufen
undicht sein
Fehler (der) unterlaufen
einschleichen
Feld (das) brachliegen
tragen
Fenster (das) blind werden
glänzen
klirren
aufspringen
zuschlagen
Ferien (die) beginnen
anfangen
dauern
Fest (das) beginnen
in Gang sein
zu Ende gehen
Feuer (das) glimmen
glühen
aufflammen
flackern
qualmen
brennen
knistern
zischen
erlöschen
ausgehen
schwellen
Fieber (das) ausbrechen
steigen
fallen
zurüchgehen
Finger (der) schmerzen
bluten
Fisch (der) beißen
schnappen
zappeln
springen
laichen
Flamme (die) züngeln
hochlecken
emporschießen
lodern
Fliege (die) summen
brummen
schwirren
Floh (der) hüpfen
springen
beißen
Flugzeug (das) starten
abheben
aufsteigen
fliegen
düsen
kreisen
zur Landung ansetzen
aufsetzen
brummen
trudeln
abstürzen
zerschellen
notlanden
Fluss (der) entspringen
fließen
strömen
sich teilen
münden
steigen
sinken
austrocknen
Freude (die) erfassen
überwältigen
erfüllen
strahlen
herrschen
Frosch (der) quaken
laichen
Substantief als onderwerp passende werkwoorden



Navigatie onderwerpen

A   B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M 
                         
N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z 



 

Alle gegevens baseren zich op uitgaven van Duden en Bertelsmann. Verantwoordelijkheid voor layout: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).